Dag 52 – De opstanding.

Lezen: Johannes 20:1-18 

Toen Jezus stierf, liet Hij de discipelen achter in verwarring en verdriet. Wat moesten ze nu? Maria gaat op de eerste dag van de week ’s ochtends vroeg naar het graf. Ze wil Jezus’ lichaam zalven. Hoe ze dacht binnen te komen weten we niet, maar ze gaat op weg. Aangekomen bij het graf schrikt ze enorm en loopt zo snel ze kan terug naar waar de discipelen zijn. Ze is ervan overtuigd dat Jezus’ lichaam weggehaald is. Petrus en Johannes springen op en rennen zo snel ze kunnen naar het graf. Johannes kan overduidelijk sneller lopen, want hij is sneller ter plaatse dan Petrus. Hij kijkt naar binnen toe. Als Petrus aangekomen is, loopt die direct door naar binnen, het graf in. Daar binnen hij de doeken waarmee Jezus omwikkeld was, keurig opgevouwen en neergelegd. Als Petrus binnen is, gaat Johannes ook. En als Johannes ook binnen is, gebeurt er iets belangrijks. Bij hem valt het kwartje. ‘Hij zag het en geloofde’, staat er. Johannes begon te beseffen dat Jezus was opgestaan. Wat dat besef met hem deed weten we niet, want samen met Petrus gaat hij terug naar huis. Maria is ook weer bij het graf teruggekomen. Ze is overweldigd door verdriet. Ze kijkt ook door het graf naar binnen en ziet twee engelen, die haar vragen waarom ze huilt. Maria vertelt ze dat haar Heer is weggehaald en dat ze niet weet waar Hij is. Ze ontmoet 2 engelen, maar is zo overmand door haar verdriet dat ze verder nergens op let. Ze kijkt om en denkt de tuinman te zien, die haar ook vraagt wie ze zoekt en waarom ze huilt. Maria draait zich weer om en gaat door met waar ze haar antwoord aan de engelen stopte. Ze vraagt alleen maar aan de tuinman of hij haar wil laten zien waar het lichaam van Jezus is gebleven. De tuinman die geen tuinman is, maar Jezus, doorbreekt Maria’s verdriet en gedachten. Hij roept haar bij haar naam: ‘Maria!’. En in een klap wordt Maria wakker. Ze reageert direct: ‘Rabboeni’. Die term komt uit het Hebreeuws en wordt in de joodse literatuur vooral gebruikt voor de Here God. Daarna volgt de climax van het hele Johannes-evangelie. Jezus geeft Maria de opdracht terug te gaan naar de discipelen, en zegt: ‘Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is’. Eindelijk kon Jezus deze woorden uitspreken. Zal Maria beseft hebben wat Jezus echt zei? Al die tijd had Jezus met de discipelen op aarde gewandeld, maar altijd was er afstand. Nu had Jezus echt alles omgekeerd. Hij kon Maria en de discipelen nu zijn broeders en zusters noemen. God was niet langer alleen de Vader van Jezus, maar ook de Vader van Zijn leerlingen. De weg naar God is vrij. Het voorhangsel scheurde. God was niet langer onbereikbaar en op afstand. Jezus bracht het offer en zette ons in de vrijheid. Wat moet het voor Jezus bijzonder zijn geweest om eindelijk die woorden uit te spreken, die uitdrukken waarom Hij kwam! Uit liefde voor ons, om ons voor altijd bij Hem te kunnen houden!

Punten om over na te denken

  • Wat betekenen Jezus’ woorden voor jou?
  • Wanneer besefte jij voor het eerst dat God ook jouw Vader is, dat Hij ook echt jouw God is?
  • Wat betekent het voor jou dat de weg naar God vrij is?
  • Wat zijn de donkere plekken in jouw leven? Heb je ze al in het licht gebracht? Wat zijn de dingen waar jij je nog voor schaamt? Besef je dat Jezus het al lang weet, dat je voor Hem niks verborgen kunt houden, maar dat dat ook niet hoeft?
  • Als je verder kijkt, besef dan ook dat Jezus jou niet aankijkt om je te veroordelen, dat Zijn ogen geen kou uitstralen, maar iets heel anders. Lees verder in Johannes en ontdek wat er aan het kruis gebeurde en wat dat betekent voor de manier waarop Jezus naar jou kijkt als je voor Hem staat
  • (Lees ook Kolossenzen 1:13, 14 en 2:13,14)
  • In Johannes 21:15-19 zie je wat er gebeurde bij een nieuwe ontmoeting tussen Petrus en Jezus. Jezus’ offer maakte alle verschil van de wereld.
  • Hoe denk je dat Jezus naar jou kijkt?
  • Herken je Zijn Liefde en verlangen in de kerntekst (H20:17b)?

Gebeds- en dankpunten:

  • Dank God voor wat Hij voor jou deed
  • Probeer onder woorden te brengen wat het met je doet dat Jezus voor jou stierf aan het kruis.

Lied:

Jezus U kwam om mij leven te geven,

Daarom verliet U uw vaderlijk huis.

U gaf aan mij het eeuwige leven,

Door te sterven aan het kruis.

Ik zie nu uw tranen en zie nu uw wonden.

Ik zie nu het bloed dat U gaf voor mij.

Dat bloed wast mij schoon en bevrijdt van zonde.

Prijs de Heer nu ben ik vrij!

Ik ben zo dankbaar Heer,

Voor wat U heeft gedaan

En heel mijn hart aanbidt uw heilige Naam.

En Heer ik houd van U, want U hield eerst van Mij

Uw Liefde tilt mij op, en maakt mij vrij.

Uit liefde droeg Jezus de straf van mijn zonden.
Hij droeg die straf zelfs tot diep in de dood.
Nu houdt de dood mij niet langer gebonden,
ook al was mijn zonde groot.
Want Hij is niet lang in het graf gebleven.
De dood kon onmogelijk Gods liefde verslaan.
Nu troont Hij als Koning en Heer van het leven.
Heel de schepping roept Zijn Naam.

(Opw. liederen 580)

 (AG)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s