Dag 17 – Brood moet je eten

Lezen: Johannes 6 vers 41 t/m 59

 

41 De Joden begonnen te protesteren omdat hij zei dat hij het brood was dat uit de hemel was neergedaald. 42 ‘Dat is toch Jezus, de zoon van Jozef? We weten toch wie zijn vader en moeder zijn? Hoe kan hij dan zeggen dat hij uit de hemel is neergedaald?’ 43 Jezus zei: ‘Ik hoor u bezwaren maken. 44 Toch kan niemand bij mij komen, tenzij de Vader die mij gezonden heeft hem bij me brengt, en ik zal hem op de laatste dag tot leven wekken. 45 Het staat geschreven in de Profeten: “Zij zullen allemaal door God onderricht worden.” Iedereen die naar de Vader luistert en van hem leert komt bij mij. 46 Niet dat iemand ooit de Vader gezien heeft – alleen hij die van God komt, heeft hem gezien. 47 Waarachtig, ik verzeker u: wie gelooft, heeft eeuwig leven. 48 Ik ben het brood dat leven geeft. 49 Uw voorouders hebben in de woestijn manna gegeten en toch zijn zij gestorven. 50 Maar dit is het brood dat uit de hemel is neergedaald; wie dit eet sterft niet.

 

51 Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald; wanneer iemand dit brood eet zal hij eeuwig leven. En het brood dat ik zal geven voor het leven van de wereld, is mijn lichaam.’

52 Nu begonnen de Joden heftig met elkaar te discussiëren: ‘Hoe kan die man ons zijn lichaam te eten geven!’ 53 Daarop zei Jezus: ‘Waarachtig, ik verzeker u: als u het lichaam van de Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt u geen leven in u. 54 Wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en hem zal ik op de laatste dag uit de dood opwekken.55 Mijn lichaam is het ware voedsel en mijn bloed is de ware drank. 56 Wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt, blijft in mij en ik blijf in hem. 57 De levende Vader heeft mij gezonden, en ik leef door de Vader; zo zal wie mij eet, leven door mij. 58 Dit is het brood dat uit de hemel is neergedaald. Het is niet het brood dat uw voorouders aten; zij zijn gestorven, maar wie dit brood eet zal eeuwig leven.’ 59 Dit alles zei hij in de synagoge van Kafarnaüm toen hij daar onderricht gaf.

Het hele hoofdstuk draait om brood: aards brood (spijziging) – hemels brood – Jezus als brood – Jezus als brood om te eten – Jezus als offer.

De mensen protesteren tegen wat Jezus zei. Hoe kan hij zeggen dat hij uit de hemel is neergedaald? Je ziet hier hoe mensen oordelen: we weten uit welk ‘nest’ je komt, dus we weten wie je bent. Denken ze. Maar Jezus zelf weet beter wie Hij is.

Jezus gaat niet terug naar hun vraag over het neerdalen uit de hemel, maar hij gaat naar de kern: hun spirituele ontvankelijkheid. Het hele idee van de goddelijkheid van Jezus en zijn afdalen uit de hemel is nieuw voor de mensen, en niet te begrijpen, tenzij Gods Geest hen verlicht.

Steeds weer zegt Jezus dat de Vader de mensen bij Hem brengt. God zelf moet in het hart werken, zodat de mensen Jezus geloven! Tegelijkertijd is er die belofte: ontvang het woord, geloof, en krijg eeuwig leven.

Het thema dat God de Vader de mensen aan Jezus geeft komt diverse keren terug in Johannes[1]. Johannes bevestigt echter heel ontspannen zowel Gods keuze als de verantwoordelijkheid van het individu. Kijk maar eens naar de balans in vers 40: de wil van de Vader is dat iedereen naar de zoon kijkt en eeuwig leven heeft.

Jezus wijst op het belang van de profetie, die voorzegt dat de intimiteit met God wordt hersteld[2].

Omdat Jezus is gekomen, omdat Hij zichzelf geeft voor het leven van de wereld, kan die relatie met God nu al worden hersteld.

Als Jezus zegt dat hij zelf het brood is dat van de hemel is nedergedaald, geeft hij de menigte aanstoot. Maar nu gaat Hij nog verder en zegt zelfs dat dit brood moet worden ‘gegeten’. Hij schokt hen weer. Hij verwijst naar een offer, wanneer Hij spreekt van vlees en bloed. Het is een verwijzing naar het naderende Pascha, maar gaat veel verder dan dat. Hij offert zichzelf, voor het leven van de wereld. Eten betekent: een beslissing om te geloven en eeuwig leven te ontvangen.

Dit is schokkend voor de luisteraars. Dit eten en drinken geeft eeuwig leven, en is de basis van een intieme, innerlijke ervaring iemand kan hebben met Christus[3]. Niets in het Oude Testament is hiermee te vergelijken, zelfs niet de ervaring van Mozes en het manna[4]. Het manna kon geen eeuwig leven geven. Alleen dit brood, Jezus,  kan eeuwig leven geven.

Om te zingen:

Draw me close to you

never let me go

Draw me close to You
Never let me go
I lay it all down again
To hear You say that I’m Your friend

You are my desire
No one else will do
‘Cause nothing else could take Your place
To feel the warmth of Your embrace
Help me find the way
Bring me back to You

You’re all I want
You’re all I’ve ever needed
You’re all I want
Help me know You are near

Gebedspunten

  • Dank en prijs Jezus voor het offer van zijn leven, zodat wij kunnen leven!
  • Bid voor mensen die niet open staan voor het geloven in Jezus, dat zij ‘ontvankelijk’ mogen worden.

EV


[1] zie bijv. ook Jh. 10:29

[2] Jes 54:13 en Jer 31:33-34

[3] vers 56

[4] vers 59

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s