Centrale thema’s

0. Inleiding

Wanneer we ons verdiepen in de centrale thema’s van Johannes, zien we dat dit het doel waarmee Johannes het evangelie geschreven ondersteunt. Dat doel kunnen we herleiden uit wat Johannes schrijft in 20:30-31[1]

30 Jezus heeft nog veel meer wondertekenen voor zijn leerlingen gedaan, die niet in dit boek staan, 31 maar deze zijn opgeschreven opdat u gelooft dat Jezus de Messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leeft door zijn naam.

Ten eerste gaat het dus om het geloof in Jezus. Daarom benadrukt Johannes de nauwe band die Jezus heeft met zijn Vader (1) en richt hij zich in het bijzonder op de identiteit van Jezus: Wie is de persoon Jezus? (2). Vervolgens vindt Johannes het van belang de lezer de waarde van een leven met en door Jezus te laten in zien (3). Het laatste centrale thema dat we hier behandelen is de Heilige Geest, waardoor we ook nu nog het leven met Jezus kunnen ervaren.

  1. Jezus’ nauwe band met God (zijn Vader)
  2. Nadruk op de persoon Jezus– de Logos
  3. Het leven met Jezus
  4. De Heilige Geest in het Evangelie van Johannes

 

1. Jezus’ nauwe band met God (zijn Vader)

Of Johannes de andere evangeliën kende, weten we niet. In ieder geval verschilt zijn boek erg van de andere drie. In de andere evangeliën ligt veel nadruk op de verkondiging van het komende rijk van God; bij Johannes staat Jezus, en zijn nauwe band met de Vader centraal. Het is niet verwonderlijk dat juist Johannes die nauwe band zo duidelijk benadrukt. Hij zelf heeft de waarde van een nauwe band met Jezus ervaren. Johannes wordt immers wel de lieveling Jezus genoemd[2].

Johannes wil duidelijk maken dat een wezenlijke omgang met God mogelijk is! Omdat zijn Zoon zo’n nauwe band had met de Vader heeft Hij ons de Vader doen kennen! Door die nauwe band kan Jezus de Liefde van de Vader laten zien en delen met de mensen. Een prachtig voorbeeld is de allegorie van de wijnstok in Johannes 15, de zorg van de wijnbouwer voor de wijnstok en daarmee haar ranken is zorgzaam en liefdevol[3].  Jezus is een voorbeeld van de waarde van een nauwe band met God. We mogen hem daarin volgen.

Hoe herkennen we die nauwe band in het evangelie van Johannes?

Door het gebed. Jezus bid vele malen tot God, waarin Hij God zijn vader noemt. Hoofdstuk 17 is een  voorbeeld van de nauwe band van Jezus met zijn Vader. Vers 26 spreekt van de liefde tussen hen: Ik heb hun uw naam bekend gemaakt en dat zal ik blijven doen, zodat de liefde waarmee u mij liefhad in hen zal zijn en ik in hen.

De band wordt verder benadrukt door de woorden die Johannes kiest om een relatie tussen kind en ouder te benadrukken. 

Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die zelf God is, die aan de boezem van de Vader rust, heeft Hem doen kennen. (Johannes 1:18)

De nauwe band tussen Vader en Zoon is niet alleen zoals in een aardse familie. De band gaat veel verder. Vader en Zoon delen alles met elkaar, ook de goddelijke glans van de hemel[4] (Joh. 13:31-32 en Joh. 17:1-5).

Gelijk vanaf hoofdstuk 1 benadrukt hij dit al door het woord heerlijkheid. Heerlijkheid is een belangrijk sleutelwoord in Johannes. In het Oude Testament wordt shekinah (heerlijkheid van God) voor God gebruikt als God zich openbaart in de tabernakel[5]. In Johannes 1:14 wordt datzelfde woord gebruikt voor Woord, dat onder de mensen woont.

Tenslotte wordt de band benadrukt door de unieke weg die Jezus gaat, van de Vader tot de Vader.  Jezus verteld in zijn afscheidswoorden aan de discipelen zelf over deze weg in Joh. 16:28: ‘Ik ben bij de Vader vandaan gegaan en naar de wereld gekomen, nu verlaat ik de wereld weer en ga ik terug naar de Vader.’[6]

2.  Nadruk op de persoon Jezus –  de Logos

In het Johannes evangelie ligt er veel nadruk op de persoon Jezus zelf. Johannes gebruikt ook heel veel verschillende namen voor Jezus. De naam ‘Logos’ wordt er in dit gedeelte uitgelicht omdat het zo kenmerkend en veelzeggend van Johannes is. Meer informatie over bijvoorbeeld de ‘Ik ben uitspraken’ van Jezus vindt u in andere achtergrondartikelen.

Lucas laat de stamboom van Jezus beginnen bij Adam. Hij vond het belangrijk om te laten zien dat Jezus de Zoon des Mensen was. Een persoon die tot het menselijke ras behoorde. Matteüs daarentegen begon als ‘echte’ Jood bij Abraham. En Marcus begon zijn verslag van het leven van Jezus, toen Hij dertig jaar oud was. Het moment dat het publieke optreden van Jezus startte[7].

Johannes begint zijn evangelie echter op een unieke manier. Hij laat zijn Evangelie nog eerder beginnen, hij wil onderstrepen dat Jezus er al was voor de schepping. Dus neemt hij de woorden van Genesis 1:1 als basis voor de opening van het Evangelie:

“In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat. In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.”              Johannes 1:1-5

Jezus is een volledig nieuwe naam die Hij kreeg op het moment dat Hij naar de aarde kwam. De vraag voor Johannes was dus: hoe heette Hij voordat Hij mens werd?

Johannes koos een unieke naam voor Jezus: hij noemde Hem ‘de Logos’[8] en dat wordt in de meeste bijbelvertalingen weergegeven als ‘het Woord’.

Op de eerste bladzijde van zijn Evangelie zegt Johannes vier absoluut cruciale dingen over Jezus, de Logos[9].

  1. 1.    Zijn persoonlijkheid

‘De Logos was oog in oog met God’. Dat is de letterlijke vertaling van die tekst. Je vindt daar het woord, dat je gebruikt, als twee mensen van elkaar houden en elkaar recht in de ogen kijken. God is meer dan één enkele persoon en als Hij de Vader en de Zoon is, die elkaar liefhebben, dan kun je zeggen, dat Hij liefde is en altijd liefde was. En omdat Hij is, wie Hij is, kunnen wij een persoonlijke relatie met Hem hebben.

  1. 2.    Zijn eeuwigheid

In het begin was de Logos er al. Jezus werd niet geschapen, maar heeft dezelfde status als God, die de Schepper van de wereld is. En omdat Jezus eeuwig is, kan Hij ons eeuwig leven geven.

  1. 3.    Zijn godheid / Zijn God-zijn

In het begin was de Logos er al, oog in oog met God in een persoonlijke relatie, en Hij ‘was God’. De Logos is niet geschapen en ook is Hij niets minder dan God: Hij was volledig gelijk aan God. In Zijn God-zijn is Hij de enige, die zonden kan vergeven.

  1. 4.    Zijn mens-zijn

In Johannes 1: 14 staat ‘Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader.’ Je kunt God dus persoonlijk kennen. Jezus is God met een gezicht. En in Zijn mens-zijn kan Hij verzoening voor ons bereiken.

3.  Het leven met Jezus

In Joh. 1:4 staat ‘In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen‘. Dit zet de toon in het evangelie van Johannes. Hoe levenwekkend is het goddelijk Woord![10] Johannes maakt in zijn evangelie gebruik van tegenstellingen[11] om duidelijk te maken hoe belangrijk het leven met Jezus is. Wie niet kiest voor leven met Jezus, kiest voor de dood. Mét Jezus gaat het leven na de dood gewoon door.

Johannes maakt hiermee duidelijk dat echt leven, een persoonlijke relatie met Jezus en met zijn Vader is. Bovendien staat leven voor het binnengaan van het Koninkrijk[12] Jezus’ stem roept de doden tot leven en doet mensen eens opstaan uit het graf. Hij is de

Opstanding en het Leven (5:25-29, 11:25-26). Geloven in Hem betekent overgaan van dood naar leven.

 

Licht en duisternis

Een bekende tegenover in Johannes is ook licht en duisternis. Het volgt als het ware uit de eerste tegenover.  Als we met Jezus blijven wandelen hoeven we nooit iets te verbergen, want we leven dan in het licht en dan kan alles open en eerlijk plaatsvinden en hebben we geen geheimen[13]. Duisternis houdt in dat je zonder God leeft.

Vrijheid en slavernij

Jezus zegt dat iedereen die zondigt, slaaf van die zonde is (Joh. 8:34). Echt leven betekend vrij zijn van die zonde. Het gaat om geestelijke vrijheid: Wanneer de Zoon u vrij zal maken, zult u werkelijk vrij zijn (8:36).

Waarheid en leugen

Johannes beschrijft in zijn evangelie drie stadia van waarheid; het aannemen van waarheid, het doen van waarheid en het vasthouden aan de waarheid[14]. Bovendien doet Johannes er alles aan de lezer te overtuigen dat wat Jezus zegt waar is (5:31-33, 18:37), net als wat Johannes over Jezus zegt waar is (19:35, 21:24) en hij spreekt van de Geest der waarheid (14:26, 16:13)[15].  Het is een belangrijk thema, maar ook hier komt hij weer met een tegenover; de leugen.

In hoofdstuk 8 gaat Jezus in discussie met de farizeeën over wie de waarheid spreekt; Hij of zij. Jezus formuleert heel duidelijk in vers 44 waarom de farizeeën leugens spreken: Uw vader is de duivel, en u doet maar al te graag wat uw vader wil. Hij is vanaf het begin een moordenaar geweest. Hij hoort niet bij de waarheid, omdat er geen waarheid in hem is.

Het is heel belangrijk om in de Waarheid te leven schrijft Johannes, want dán alleen leef je in de werkelijkheid.

 

Liefde en toorn

Ook voor de liefde is een tegenover, namelijk de toorn van God “Wie in de Zoon gelooft heeft eeuwig leven, wie de Zoon niet wil gehoorzamen zal dat leven niet kennen , integendeel, Gods toorn blijft op hem rusten.”

Een andere tegenover van liefde is de haat van de wereld. Johannes gaat hier uitgebreid op in hoofdstuk 15 vanaf vers 18. Wanneer je bij Jezus hoort en zijn liefde kent, leer je ook de haat van de wereld kennen. De haat is een gevolg van de nabijheid van Jezus, omdat je dan niet meer bij de wereld hoort.

4. De Heilige Geest in het Evangelie van Johannes

In het Evangelie van Johannes wordt ons meer verteld over de Heilige Geest dan in de andere evangeliën. Een belangrijke reden, dat het onderwijs over de Heilige Geest zo’n voorname plaats heeft, is dat wij door de Heilige Geest kunnen genieten van het leven dat Johannes ons voorhoudt[16].

In hoofdstuk 1 getuigt Johannes de Doper, hoe Jezus de Heilige Geest ontvangen heeft en dat Hij anderen zal dopen met de Heilige Geest[17].

In hoofdstuk 3 spreekt Jezus over de noodzaak om wederom geboren te worden uit water en Geest, voordat hij het Koninkrijk van God kan binnengaan[18].

In hoofdstuk 4 zegt Jezus dat we God moeten aanbidden in Geest en in waarheid. Ook spreekt Jezus over de Heilige Geest als over het levende water[19].

In hoofdstuk 7 lezen we dat Jezus naar het Loofhuttenfeest in Jeruzalem gaat; Het Loofhuttenfeest is de afronding van het hele oogstseizoen. Het verwijst naar de voleinding, wanneer alles tot z’n doel zal zijn gekomen.  Tijdens het feest werd er water geput uit de bron van Siloam en met een ceremonie omhoog gedragen naar de top van de tempelberg. Op de zevende dag zeven keer. Daarna brak er een vreugdevol gejuich uit[20]. Op diezelfde laatste dag stond Jezus op en riep, zeggende: “Laat wie dorst heeft bij mij komen en drinken! Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in mij gelooft.” De tekst vertelt ons dat Hij dat zei over de Geest, welke zij, die tot geloof in Hem kwamen, later ontvangen zouden[21].

De waterceremonie is hiermee een voorafschaduwing van de vervulling met de Geest. Jezus zei: ‘Ik zal in jou een bron ontsluiten waaruit je onophoudelijk kunt putten, tot in het eeuwige leven.’ Dat is niet alleen voor de toekomst maar ook voor het leven nu[22].

De hoofdstukken 14 tot en met 16 staan vol van de nieuwe ‘Trooster’ die zal komen, de Geest van de waarheid[23]. De Griekse naam voor de Heilige Geest is paraklètos (para betekent ‘erbij’ en klètos betekent ‘geroepene’) – degene die geroepen is om naast ons te staan[24]. De Heilige Geest wordt ook beschreven als Iemand, die precies zo is als Jezus. Hij zal het werk van Jezus voortzetten, wanneer die van de aarde is weggegaan; Hij zal de wereld overtuigen van zonde, gerechtigheid en van oordeel; Hij zal de gelovigen sterk maken en hen alles te binnen brengen, wat Jezus gezegd heeft[25].

In hoofdstuk 20 bereidt Jezus Zijn volgelingen voor op de Pinksterdag, door hun een teken en een opdracht te geven. Het teken was, dat Jezus op ieder van hen blies, en de opdracht was ‘Ontvang de Heilige Geest’[26]. Op dat moment ontvingen ze nog niets, maar het was de voorbereiding op Pinksteren, dat een paar weken later zou komen[27]. Die dag, toen ze in de tempel zaten, hoorden ze het geluid van de wind en dat herinnerde hen aan wat Jezus gedaan had. Ze ontvingen de Heilige Geest, zoals Jezus hun beloofd had[28].

JB en BG


[1] Zie ook 1 Joh1: 1-3.

[2] Joh. 13:23 Een van hen, de leerling van wie Jezus veel hield, lag naast hem aan tafel aan,

Zie ook Joh. 19: 25 Bij het kruis van Jezus stonden zijn moeder met haar zuster, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria uit Magdala. 26 Toen Jezus zijn moeder zag staan, en bij haar de leerling van wie hij veel hield, zei hij tegen zijn moeder: ‘Dat is uw zoon,’ 27 en daarna tegen de leerling: ‘Dat is je moeder.’ Vanaf dat moment nam die leerling haar bij zich in huis. Uit vers 35 blijkt dat het Johannes zelf betreft die dit zegt: Hiervan getuigt iemand die het zelf heeft gezien, en zijn getuigenis is betrouwbaar. Hij weet dat hij de waarheid spreekt en wil dat ook u gelooft.

[3] Johannes 15, specifiek vers 9.

[4] Van Houwelingen, pag. 40.

[5] Exodus 40:34-38 en Pawson, D. Sleutels tot de bijbel (p. 1067). Opwekkingslectuur, Putten; 2007.

[6] Van Houwelingen spreekt van een U –vormige verhaallijn. Zijn heengaan was als het waren een thuiskomst. Van Houwelingen, P.H.R., Johannes, Het evangelie van het Woord, 3e druk Uitgeversmaatschappij J.H. Kok-Kampen, p34/35.

[7] Pawson, D. Sleutels tot de bijbel (p. 1068). Opwekkingslectuur, Putten; 2007.

[8] Belangrijke achtergrond bij het woord ‘Logos’ volgens David Pawson (p.1069): “Deze manier van benamen had vooral in Efeze een bijzondere betekenis. Johannes heeft daar zijn Evangelie geschreven en 600 jaar eerder had Heraklitos daar gewoond. Hij wordt algemeen gezien als de grondlegger van de wetenschap. Hij geloofde in de noodzaak van wetenschappelijk onderzoek, waarmee je de natuurlijke wereld kon onderzoeken en waarbij je je afvraagt, hoe en waarom de dingen zijn, zoals ze zijn. Hij zocht naar herkenbare patronen of ‘wetten’, waaruit hij een beetje logica kon halen voor de manier , waarop de natuurlijke wereld functioneerde. Hij gebruikte daarvoor het woord logos en daarmee wilde hij zoveel zeggen als ‘de reden – waarom, de oorzaak – waardoor’, de bedoeling achter alle dingen, die gebeuren. Toen hij het leven (bios) onderzocht, ging hij op zoek naar de logos; toen hij het weer (meteor) onderzocht, keek hij naar de logos. Die gedachte zien we nu terug in onze woorden, die de studie van deze gebieden binnen de verschillende takken van wetenschap beschrijven: bio-logie, meteoro-logie, geo-logie, psycho-logie enz.

Heraklitos, zei dus, dat de logos ‘de reden – de verklaring’ is, waarom iets bestaat. Elke tak van wetenschap zoekt naar de logos, de reden waarom de dingen zijn, zoals ze zijn. Johannes besefte, dat Jezus de ultieme reden is ‘waarom’ alle dingen plaatsvinden; hij nam deze gedachte over en noemde Jezus de logos, ‘het Woord’.”

[9] Pawson, D. Sleutels tot de bijbel (p. 1071). Opwekkingslectuur, Putten; 2007.

[10] Van Houwelingen, P.H.R., Johannes, Het evangelie van het Woord, 3e druk Uitgeversmaatschappij J.H. Kok-Kampen, p38.

[11] Johannes leerde anderen graag door tegenstellingen te gebruiken. denk aan het geloof van Samaria t.o.v. het ongeloof van Jeruzalem (Joh 4) en de snelheid van gaan geloven van de Samaritaanse vrouw en de blindgeborene t.ov. de traagheid van Nicodemus, de vijandschap van de joden t.o.v. de begeerte van de Grieken (12:20 e.v.).  Uit Bijbel met kanttekeningen Mat-Joh. Bosch& Keuning p272.

[12] Joh 20:30-31.

[13] Pawson, D. Sleutels tot de bijbel (p. 1073). Opwekkingslectuur, Putten; 2007.

[14] Pawson, (p. 1073).

[15] Van Houwelingen, p40-41.

[16] Pawson, D. Sleutels tot de bijbel (p. 1074). Opwekkingslectuur, Putten; 2007.

[17] Johannes 1:32-34.

[18] Johannes 3:5-6.

[19] Johannes 4:13-14; 23-24.

[20] Jesaja 12:3.

[21] Johannes 7:37-39.

[22] Poll, E.W. van der. De feesten van Israël (p.140-142). Shalom Books, Putten; 2005.

[23] Johannes 14:16-17.

[24] Pawson, D. Sleutels tot de bijbel (p. 1075). Opwekkingslectuur, Putten; 2007.

[25] Johannes 14:26; 16:7-11; 13-14.

[26] Johannes 20:22.

[27] Pawson, D. Sleutels tot de bijbel (p. 1075-1076). Opwekkingslectuur, Putten; 2007.

[28] Handelingen 2:1-4.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s